Lange versie ideale opstelling De Groene Wijck


Het verduurzamen van een bestaande woning heeft zijn grenzen en is ook nog eens erg prijzig net als volledig zelf nieuw bouwen. Commerciële nieuwbouw daarnaast voldoet slechts aan de  norm en is voor mij niet voldoende.

Een energie zuinige woning leek daarbij een onhaalbare zaak totdat ik een project tegenkwam waarbij bewoners zelf een ecowijk hadden gebouwd op basis van CPO, Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Kort samengevat ga je als toekomstige buren samen bepalen hoe en wat er gebouwd gaat worden. Ik dacht meteen WOW dat wil ik ook!

Op deze manier kunnen we niet alleen zuinige woningen bouwen, die als we het goed doen beter en betaalbaarder zijn dan commerciële nieuwbouw en kunnen we ook alles eromheen goed aanpakken. Dit staat wat mij betreft los van hoe en wat we gaan bouwen, groot of klein. Hierbij denk ik aan waterbeheer, veel eetbaar groen en biodiversiteit met als hekkensluiter een goede mix van diverse warmte- en energiebronnen.

Bij goed waterbeheer wordt elke druppel regen die valt optimaal benut. In het ideale geval hebben we zelfs geen riolering nodig. Regenwater wordt naar behoefte opgeslagen voor het gebruik van toilet, vaatwasser, wasmachine en irrigatie. Misschien zelfs ook drinkwater. Wat we niet opslaan moeten we ruimte en tijd geven om in de bodem te zakken d.m.v. open bestrating, slootjes, vijvers, wadi’s of nog beter een zwemvijver. Het zwarte water afkomstig van toiletgebruik wordt opgevangen in een biogasinstallatie die wordt aangevuld met gft-afval. Met dit biogas kunnen we koken en/of verwarmen. Wat uiteindelijk overblijft kan gebruikt worden als bemesting. Het grijze water van douchen, handen wassen, vaatwasser en wasmachines wordt opgevangen en gefilterd zodat dit weer opnieuw gebruikt kan worden.

Door energie zuinig te bouwen met optimale isolatie, kierdicht, WTW voor douche, WTW-balansventilatie en driedubbele beglazing zal onze warmtebehoefte minimaal zijn. Door te kiezen voor energiezuinige apparaten, led-verlichting en hotfill voor vaatwasser en wasmachine kunnen we onze elektriciteitsbehoefte zo laag mogelijk houden. In eerste instantie wordt er zoveel mogelijk gewerkt met low-tech oplossingen en aangevuld met high-tech. Omdat de wind niet altijd waait en de zon niet altijd schijnt denk ik aan een mix van zonnepanelen, zonneboilers, hete lucht collectoren, warmtepompen, kleine windmolens voor elektra en warmte die samen komen in een soort warmtenet of minigrid. Hierbij kan alles decentraal worden opgewekt en onderling verdeeld wanneer daar behoefte naar is. Omdat het niet precies te berekenen valt hoeveel warmte en elektra nodig is zou ik het graag schaalbaar willen opzetten zodat bij een tekort specifiek kan worden bekeken aan welke bron meer behoefte is. Voor de echte koude dagen kunnen we terugvallen op zeer efficiënte rocket stoves. Door een dubbele verbranding is deze kachel qua uitstoot vergelijkbaar met gasverwarming.

Voor groen en biodiversiteit denk ik aan permacultuur, groene daken en prairietuinen.

Permacultuur is kort samengevat de natuur nabootsen ten behoeve van voedselproductie van meerjarige gewassen zoals fruit en notenbomen. Door diverse soorten bloemen, planten en eventueel dieren te combineren
ontstaat een versterkende samenwerking waarbij het gebruik van kunstmest, pesticiden en intensieve bewerking als ploegen, harken en schoffelen overbodig zijn. Als alles goed functioneerd is het een zelf onderhouden systeem waardoor er veel minder werk nodig is als een conventionele moestuin.

Een groen dak zorgt voor extra biodiversiteit, geeft het oppervlakte van de woning terug als stukje natuur, werkt als tijdelijke buffer tijdens hevige regenbuien en heeft daarnaast als voordeel dat dit verkoelend werkt in de zomer en zorgt voor een hogere efficiëntie van zonnepanelen.

Op plekken waar eetbaar groen niet mogelijk of wenselijk is kunnen prairietuinen worden aangelegd. Een prairietuin is het hele jaar aantrekkelijk voor mens en dier, vol kleur en weinig onderhoud. Er wordt niet gesproeid, amper gewied, niet bemest of gescheurd. Je legt een prairietuin één keer aan en laat hem verder met rust. Met de combinatie van grassen en vaste planten ontstaat een systeem dat zich na verloop van tijd zelf in stand houdt.

Alles bij elkaar wil ik dit ook nog eens met een modaal inkomen mogelijk maken. Dat betekend wel overwogen keuzes maken in gebruikte materialen, eenvoudig en slim ontwerpen en bouwen. Met de kennis die ik in de tussentijd heb opgedaan heb ik geleerd dat duurzaam bouwen niet noodzakelijk met alleen natuurlijke materiaal moet gebeuren. Vlas versus EPS en kunststof versus hardhouten kozijnen zijn daarvan een goed voorbeeld. Hoewel vlas een natuurlijk product is scoort EPS op de lange termijn beter op duurzaamheid. Vlas heeft een korte gebruiksperiode, heeft in verhouding erg veel energie, land- en zware machines nodig om te produceren. EPS is een restproduct van aardolie, gaat zeker 100 jaar mee, kost erg weinig energie en land om te produceren, heeft maar weinig grondstof nodig, 98% is lucht, 2% is polystyreen, heeft geen zware machines nodig om te bewerken en is 100% te hergebruiken. Ook kunststof kozijnen zijn door betere productie, hergebruik, prestatie en het ontbreken van verf voor onderhoud op lange termijn duurzamer dan hardhout kozijnen. Ik ben niet tegen het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen, maar wel kritisch naar kosten/baten en of hetgeen op lange termijn ook echt duurzamer is.

Heb je meer te besteden dan een modaal inkomen dan kun je het groter of luxer uitwerken. Een mooie mix tussen appartementen, bungalows, rijtjeshuizen, 2 onder 1 kappers en vrijstaande woningen kunnen elkaar versterken en een gevarieerd uiterlijk aan onze wijk geven. Collectief bouwen is een intensief traject, maar met de juiste keuzes kunnen we het voordeel van de massa gebruiken bij inkoop van materiaal, bouwen tegen kostprijs en maken we een woning die klaar is voor de toekomst. Kostenbesparingen door collectief bouwen kunnen tussen 25% en 30% liggen.

Omdat het hele bouwproces steeds meer gedigitaliseerd wordt en verwerkt in een bouwwerkinformatiemodel oftewel BIM is het zelfs mogelijk om zonder aannemer te bouwen. In dit model wordt alles vooraf vastgelegd. Zo weet ieder bouwbedrijf precies hoe er gebouwd gaat worden, wie welke taak op zich neemt, welke materialen gebruikt gaan worden en hoeveel het kost. Hierdoor heb je geen verassingen achteraf, is het duidelijk voor de specialisten wie wat doet en worden fouten voorkomen voordat er gebouwd gaat worden. Voor de start van de bouw staat alles 100% vast. Het voortraject is hierdoor groter, maar de winst wordt behaald in de fase tijdens de bouw. Naast tijdwinst kan bouwen zonder aannemer een besparing van 10% opleveren. Organisaties zoals U-Build of Cobouw bieden ondersteuning hierbij.

We hoeven het wiel dus niet zelf uit te vinden. Er zijn inmiddels meerdere collectieven die hun eigen ecowijk hebben opgezet die graag hun ervaringen delen. Daarnaast kunnen we gebruik maken van Droomwonen of BIEB. Dit zijn organisaties die ondersteuning bieden met gemeente, het formuleren van uitgangspunten, opzetten van een rechtspersoon, opstellen van wensen, uitwerking van minimale eisen en nog veel meer.

Door te kiezen voor openbaar groen waarbij minimaal onderhoud nodig is en het verkleinen of vermijden van watertoe- en afvoer en riolering betekend voor de gemeente een kleinere kostenpost. Met het feit dat klimaatverandering hot topic is en Tilburg zich wil profileren als duurzame stad heb ik goede hoop dat we dit voor elkaar kunnen krijgen.